Vakantieland Belgiė - Stad Kortrijk



Kortrijk (Frans: Courtrai) is de hoofdstad van het arrondissement Kortrijk, in de provincie West-Vlaanderen) in Belgiė. De stad ligt aan de rivier de Leie. Met deze rivier was de stad economisch gezien eeuwenlang verbonden. De Leie splitst zich ongeveer in het centrum van de stad en komt wat verder weer samen, zodat er een eiland ontstaan is, het zogenaamde Buda-eiland. De gemeente (stad en deelgemeenten) telt ruim 73.500 inwoners.
 
Bezienswaardigheden

  • De Grote Markt met het Oude Stadhuis en het belfort
  • De Sint-Maartenskerk die het stadsbeeld bepaalt. De gotische Sint-Maartenskerk dateert van rond 1300, maar werd deels herbouwd na een grote brand in 1382. Een tweede brand in 1862 leidde tot de herstelling van de toren.
  • Begijnhof en Begijnhofmuseum. Het begijnhof werd gesticht in 1238 door Johanna van Constantinopel, het werd meerdere malen verwoest (in 1302, 1382 en in 1684), en in de 17e eeuw herbouwd. De huisjes zijn dan ook opgetrokken in barokke stijl. De oorspronkelijke gotische kapel werd gebouwd in 1464 maar werd echter verbouwd in de 18e eeuw naar een barokke stijl.
  • Onze-Lieve-Vrouwekerk met Kruisoprichting van Antoon Van Dyck
  • Broeltorens. De twee bijna identieke broeltorens zijn middeleeuwse bouwwerken. De meest zuidelijke toren is de Speyetoren en werd in de 13e eeuw gebouwd. De andere, de Ingelburgtoren, dateert van de 15e eeuw. Tussen de twee torens is er een brug met in het midden het beeld van de Heilige Nepomucemus, patroonheilige van de drenkelingen.
  • Broelmuseum voor Oudheidkunde en Sierkunst. Het is ondergebracht in een 18e eeuws herenhuis. Het bevat werken van Kortrijkse kunstenaars (onder anderen Roelant Savery) en een unieke verzameling internationale keramiek.
  • Het Onze-Lieve-Vrouwehospitaal, werd gesticht rond 1200-1204, oorspronkelijk werden de zieken verzorgd door zusters en broeders van de cisterciėnzerorde maar later richtten ze zich naar de regel van Sint-Augustinus. Nu maakt het hospitaal deel van het AZ Groeninge en wordt campus O.L.Vrouw van het AZ Groeninge genoemd.
  • Nationaal Vlasmuseum en het Kant- en Linnenmuseum: ze zijn ondergebracht in een 19e eeuwse vlassershoeve (E.Sabbelaan 4).
  • Internationale Rozentuin (Doorniksesteenweg 218)
  • Het Baggaertshof (Sint-Jansstraat 37), het bevat 13 huisjes en een kapelletje, gelegen rondom een medicinale kruidentuin.
  • Groeninge-abdij met het Groeningemuseum (Groeningestraat)
  • De fontein De Golf (Schouwburgplein). Het is een werk van Olivier Strebelle, het is 7m hoog op 12m lang en bestaat uit 11 gebogen buizen waaruit het water spuit.
  • Natuurgebied De Kleiputten (op 't Hoge). De kleiputten dateren van 1923, de klei werd gebruikt voor de fabricatie van bakstenen. De stad kocht dit gebied in 1989 zodanig dat het gebied beschermd kon worden. Het bestaat uit een reservaat van 2ha en een park van 4ha.
  • Vannestes molen (Abdijbmolenweg Marke) en de Preetjes molen(Hoge Dreef, Heule Watermolen)
  • Bakkerij- en Molenmuseum (Abdijmolenweg Marke)
  • Landbouwmuseum (Kruiskouter 52 te Bissegem) 
 
Geschiedenis

De Gallo-Romeinse vicus Cortoriacum lag op de heerweg Keulen - Maastricht - Kassel - Boulogne-sur-Mer en de heerweg Doornik - Oudenburg. Boudewijn II de Kale, graaf van Vlaanderen versterkte deze plaats in de 9e eeuw tegen de Noormannnen. De band die de stad oorspronkelijk met Doornik had werd doorbroken toen Kortrijk in 1071 hoofdplaats werd van een kasselrij.

Filips van de Elzas bevestigde in april 1190 de privileges van de stad via een bewaarde keure: Kortrijk werd uit de kasselrij geheven, kreeg een eigen bestuur en lijfeigenen konden zich als vrije burgers (poorters) in de stad vestigen.

In de 13e eeuw kreeg Ferrand van Portugal tegenwind van de steden in Vlaanderen toen de Franse koning Filips August hem tot graaf van Vlaanderen wilde benoemen. Ferrand verschanste zich in Kortrijk waarop de stad werd geplunderd door troepen uit Gavere en Oudenaarde. Beide partijen verzoenden zich maar Filips August was niet akkoord met de getroffen regeling. Zijn zoon Lodewijk (die later koning werd als Lodewijk VIII van Frankrijk) viel daarop vanuit Rijsel Kortrijk binnen en liet de stad verwoesten. De graven van Vlaanderen lieten ze later weer opbouwen vanwege haar opbrengsten voor de schatkist.

Kortrijk won in de 13e eeuw aan belang door de lakenindustrie. De kwaliteit die hier werd gefabriceerd was dan wel lager (kleine draperie) dan die van de grotere Vlaamse steden. In de 15e eeuw kreeg het linnen dat uit het ter plaatse verbouwde vlas werd gemaakt, meer belang dan het laken.

De conflicten tussen de Franse koning en Vlaanderen deden de economie in Kortrijk stagneren. Kortrijk werd door Franse troepen bezet in de aanloop naar de Guldensporenslag. De Fransen bouwden een dwangburcht boven op de grafelijke burcht waarvan de resten nog steeds te zien zijn (zie foto op pagina over de Onze-Lieve-Vrouwekerk).

In 1323 revolteerden de Kortrijkzanen tegen hun graaf, Lodewijk II van Nevers die, als inner van Franse boetes die opgelegd waren via de Vrede van Athis, steeds meer van zijn volk vervreemd raakte. De graaf bezette de wijk Overleie. De inwoners namen dit niet en zetten de graaf gevangen. Daarop volgde een nieuwe Franse bezetting. Uiteindelijk mondde die periode uit in de slag bij Kassel van 1328 waarbij de Vlamingen onder Nicolaas Zannekin werden verslagen.

Lodewijk II van Male veroverde de stad in mei 1381. Kortrijk was dan weer een bondgenoot van Jacob van Artevelde toen hij het graafschap veroverde. Na de slag bij Westrozebeke op 27 november 1382 kregen de Bretoense huurlingen Kortrijk als premie waarbij de stad werd geplunderd en verwoest.

Filips de Stoute, hertog van Bourgondiė, luidde een periode van vrede en heropbouw in die zeventig jaar duurde. Een nieuw kasteel werd opgetrokken, ter hoogte van de Kasteelkaai en Kasteelstraat. Nieuwe stadsmuren met een Broeltoren aan de noordkant integreerden de bestaande toren in de verdedigingswerken. Sociale spanningen en de pest die een vlot handelsverkeer verhinderde, zorgden ervoor dat de lakennijverheid veel aan belang verloor. Na de dood van Maria van Bourgondiė in 1482 raakte Kortrijk opnieuw in een oorlog tegen de Fransen betrokken.

De opkomende linnenindustrie bracht de welvaart van weleer niet terug. De volksopstand in de Nederlanden die in 1539 uitbrak, bracht ook de toorn van Karel V over Kortrijk. In de tweede helft van de 16e eeuw kregen katholieken en gereformeerden het met mekaar aan de stok. De aanspraken van Lodewijk XIV van Frankrijk op Vlaanderen resulteerden in vijf Franse bezettingen tussen 1646 en 1706 en de aanleg van versterkingen en de bouw van een citadel. De vrede van Utrecht wees de stad toe aan de Oostenrijkers.

Kortrijk was in de late 17e eeuw en eerste helft van de 18e eeuw een van de vestingsteden die deel uitmaakten van de Nederlandse vestingsbarričre in de Zuidelijke Nederlanden

Kortrijk speelde een rol bij de Brabantse omwenteling in 1787 maar de Oostenrijkers konden zich rehabiliteren. Het embargo dat Napoleon Bonaparte afkondigde was zoals elders funest voor de uitvoer. Het Nederlands bewind (1815-1830) en de handelspolitiek van het jonge Belgiė brachten daar weinig verandering in. De Kortrijkzanen zelf toonden zich ook allesbehalve dynamisch.

De industrialisatie van de textielsector, in de tweede helft van de 19e eeuw, bracht een en ander op gang. De stad werd gesaneerd en het historisch erfgoed gerestaureeerd en verfraaid.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog richtten bombardementen in de nazomer van 1917 veel schade aan; in de Tweede Wereldoorlog was er de slag aan de Leie tijdens de achttiendaagse veldtocht maar het was vooral het geallieerd bombardement in 1944 dat verwoestend was. Na de oorlog werd de stad heropgebouwd.

Deze pagina is gebaseerd op het auteursrechtelijk beschermde Wikipedia artikel `Kortrijk`; het is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License. U kunt het verder verspreiden, zowel letterlijk als aangepast, zolang u zich aan de regels van de GFDL houdt.
Copyright © 2012 Vakantiebegin.be